Liesbeth liep de Dolomiti di Brenta trail

De bus naar Molveno slingert zich omhoog midden tussen de appelboomgaarden en druiven velden door. De druiven hangen onder een soort brede pergolabogen zodat ze makkelijk te plukken zijn. Een leuk gezicht en precies zoals ik het me herinner van 5 jaar geleden.

Dat jaar schreven we ons overmoedig in voor de 64 km trail, het mocht niet zo zijn: we kwamen buiten de tijd binnen. Maar het prachtige ruige Adamello-Brenta gebied had zich in mijn gedachten verankert. We proberen het gewoon nog een keertje, bedachten Sjaak en ik, maar dan een ‘bescheiden’ 45 km.

We hadden een extra dagje ter acclimatisatie geboekt en dat was maar goed ook want onze nachttrein had maar liefst 225 minuten vertraging (dat is 3 uur en 45 minuten!).

Molveno lag er weer decadent mooi bij langs het meer en de vrije vrijdag gingen we met het liftje naar Pradel en wandelden we op ons gemak terug via ‘de trailroute’. Een handige verkenning voor als we morgen in het donker daar afdalen en ik kon alvast helemaal los op alpenplantjes fotograferen.

Bij de inschrijving kregen we een tas met spullen mee; bier, een pond pasta, reepjes, een bergsprookjes boek van een bekende Italiaanse bergnatuur activist en…. een prachtig Dolomitie di Brenta long-sleeve shirt voor bij het mutsje van 5 jaar terug.

Als een kind zo blij! Helaas stak er ‘s avond een nare keelpijn en verkoudheid op. We zouden getemperatuurd worden hoorden we op de briefing. Iedereen met een temp. boven de 37.5 zou roemloos afgevoerd worden. De zenuwen sloegen toe.

De materiaal check op de start dag was ronduit grondig maar de sfeer was opperbest. Het was een erg Italiaanse aangelegenheid maar er deden wel dertig Nederlanders mee. Qua aantallen stonden “we” alvast op de tweede plaats. Gelukkig was er in geen velden of wegen iemand met een thermometer te zien.

Na de start draafden we Molveno uit richting Andalo. Dat bleek een mondain oord. De vorige keer toen we twee uur vroeger in het donker van start gingen kregen we daar weinig van mee. Vanaf Andalo bergop vielen ons meteen al oerachtige bossen ten deel. We hadden gisteren al gezien op de parkbordjes dat hier ook beren rondlopen. Allengs werd het landschap bergachtiger, de dennen verdwenen en via de lariksen zone kwamen we op heerlijk kruidig ruikende alpenweiden. Scherpe bergkaas en gekookte kastanjes bij verzorg-post 1 waar ik me met voorkennis al op verheugd had. Loopmaat Sjaak wist niet zeker of hij voor ‘uitlopen’ ging en maande me vooral door te lopen als dat er bij mij in zat.

Langzaam maar zeker overviel me het soort bergeuforie waar ik zo naar uitgekeken had. Het lopen viel niet eens tegen, na een recente stressfractuur. Ik rantsoeneerde de aantallen foto’s maar voor de Edelweiss en de Franje anjer die ik vond maakte ik een uitzondering en uiteraard ook voor nog een paar spectaculair mooie uitzichten. Voor de 45 km trail liep ik (dacht ik) inmiddels als laatste. De lucht betrok en het begon verschrikkelijk te hozen. Even verder op kreeg ik kramp ( waarschijnlijk doordat ik al hardlopend een poging deed een kurkdroog broodje te verslinden).

Er zat na twee krampaanvallen niet anders op dan een stuk te gaan wandelen. Mijn gegil echode tegen de imposante steile rotswanden. In een fijne droge verkleedgrot trok ik alle verplichtte materialen aan en allengs ging ik me weer wat beter voelen. Minder verkleumd en zo.

Opeens was daar Sjaak weer! Een warm weerzien. Nu, dacht ik, gaan we het samen uitlopen. Tenzij we voor die laatste kilometers omhoog naar de Bocca di Brenta we langzamer gaan dan een kilometer per uur. Hoopvol gestemd bleek het laatste steen-blokkenveld afgerond met een prachtig sneeuwveld enorm tijdrovend. Op de scharte moedigen de bergwachten me aan door te hollen, nog 20 minuten tot de Pedrotti hut, dan is het DNF [did not finish – red.]. Rucksichtloos zet ik het op een hollen. Net gehaald. Maar helaas Sjaak net niet.

Ik wilde in goed overleg weer verder gaan maar nu ontspon zich een discussie tussen een trailbaas en de vrijwillige helpers. Een markant Italiaans gekrakeel. Het duurde eindeloos en er werd druk getelefoneerd. De vrijwilligers die me aangespoord hadden op de scharte vonden dat ik door mocht maar de baas aldaar vond dat het te laat ging worden.

De baas besloot “je mag door tot het Cross d’altissimo en daarna stap je in de auto en geen discussie meer”. Ik had niet gediscussieerd want dat vind ik niet gepast als mensen zich zoveel moeite voor je getroosten. Ik greep de geboden kans. De baas liep met me mee en daar door deed ik extra mijn best om te laten zien dat ik best verantwoord kon afdalen. Natuurlijk viel ik meteen hard op een knie. Ik deed net of het geen pijn deed en durfde niet te kijken. Maar het mocht niet baten na een uurtje of 2 in het donker afdalen mocht (zeg maar moest) ik samen met een Italiaanse loopster instappen in een 4-wheel-ding en werd ik het laatste stukje over een bobbelige kasseien bergweg naar de finish vervoerd.

Intussen werd ik aldoor op de hoogte gebracht van het wel en wee van Sjaak die later met een groepje vrijwilligers zou afdalen. Een beetje teleurgesteld maar ook erg onder de indruk van de hele organisatie met een enorm groot verantwoordelijkheidsgevoel en werkelijk zeer respectvolle en toegewijde vrijwilligers verdwijnt mijn laatste beetje lichte wrevel.