Keiblij (!) zit ik op vrijdagmiddag klaar met mijn trailspulletjes. Ik mag mee naar de Trail du Brevon! Het voelt een beetje dubbel zo blij te zijn, want er is een plaatsje vrijgekomen door ‘blessureleed’ van een clubgenootje. Bepaald niet voorbereid (ik kon alweer 10 km aan één stuk bedaard ‘joggen’) had ik er toch enorm veel zin in. Bij bergtrails gaat het ook om veel berg-hike ervaring, zo lees ik in blogs en interviews met ‘beroemdheden’, je weet nooit.
Ik was de eerste in de rij die door Wouter werd opgehaald voor een lange rit naar Bellevaux, ‘ergens onder Genève’. Daarna volgden Menno, Giedrius en Marie-Louise. We pasten met zijn vijven in het elektrische voertuig, wat een luxe. Onderweg werd online de route gecheckt en omgeleid, een overnachting voor onderweg geboekt, en laadstations en eetgelegenheden opgespoord. Een inkijkje in de moderne snelle wereld. Ik loop in alle opzichten achter, maar wie weet valt er nog wat te leren? Stapje voor stapje.
Zaterdag kwamen we vroeg in de middag aan bij de geitenboerderij! Een rustiek onderkomen waar geitenkaas gemaakt werd in koperen ketels en we gingen heel veel heel veel dieren zien.
Iedereen had zo zijn eigen doelen ( het begint toch allemaal met een doel hebben). Voor Marie-Louise was het haar langste bergtrail, voor Giedrius zijn eerste bergtrail, Menno wil veel en lang de bergen in voor een gigantisch project in de Italiaanse Alpen en Wouter is ook al een echte berggeit geworden en wilde het stoere staaltje van vorig jaar nog eens herhalen. Ik snapte dat na afloop helemaal; wat een prachtige vergezichten, keiveel hoogtemeters en hele lieve vrijwilligers.
Een ‘pareltje’ volgens Menno. Wel een heel modderig glibberig pareltje, een en al glij-klei.
Onderweg naar het afhalen van de startnummers spotten we meteen al een bijzondere orchidee ( mijn tweede hobby) in de berm: een wit bosvogeltje. Dat beloofde wat, al had ik onderweg niet veel tijd te verspillen.
Menno en Wouter gingen voor de lange afstand; 55 km met, let wel, 4200 hoogtemeters en een start om 5 uur. Je moet er wat voor over hebben.
Marie-Louise, Giedrius en ik gingen voor de 35 km met 2600 hoogtemeters met een start op een Christelijk tijdstip: 7.30 uur. Ik heb de vroege vogels niet horen vertrekken, vroege geruisloze vogels.
Wel kregen we vlak voor vertrek een filmpje van een klauterpassage toegestuurd, dat is leuk, maar ook stuurde Wouter een Vlierorchis foto met het onderschrift: maal 1000. Ik begon me nu ineens zorgen te maken over de limieten, als ik maar door mag, in ieder geval tot aan die velden met orchideeën, stapje voor stapje.
Over de trail kan ik uitweiden of kort zijn; (dat laatste dan maar) een pareltje, maar een pittig pareltje, moeilijk op te vissen. Ik lag er bij de eerste ravito na 15 km uit wegens overschrijding van de tijdslimiet maar met een telefoon vol prachtige foto’s en eigenlijk best content. Mocht via het tweede deel van de eerste lus terug lopen. Al met al in totaal nog goed voor 26 km met 1500 hoogtemeters; een mooie bergtraining.
Niet eens veel te vroeg t
erug om mijn reisgenoten binnen te juichen die ook echt hun best hadden moeten doen om de ravito’s op tijd te passeren verzekerden ze me vriendelijk inlevend. Petje af want het waren absoluut en relatief echt heel veel hoogtemeters van een lastige soort en dan toch zo vrolijk finishen.
Na een goede nachtrust in de geitenboerderij en een vorstelijk ontbijt liet ik me weer prins-heerlijk naar huis vervoeren.
Heel erg veel dank clubgenoten! Ik ben enorm opgeknapt van dit sportieve uitje en weer met dubbele motivatie aan het trainen geslagen.
Liesbeth
N.B. En om met Prins S. te spreken; ‘het moet over’ 😉